Home/Kennisbank/Techniek & advies
Ondergrond voor vinyl of linoleum: vlakheid, restvocht en sterkte
Techniek & advies · 28 oktober 2026

Een elastische vloerbekleding zoals vinyl of linoleum is zo goed als haar ondergrond. Voor de vlakheid is de strengste klasse aan te raden: 2 mm onder een lat van 1 m en 3 mm onder een lat van 2 m voor natte dekvloeren (3 mm onder 2 m voor droge vloeren). De ondergrond moet blijvend droog zijn: geen enkele lijm houdt op een vochtige ondergrond. Bij anhydrietchape liggen de grenswaarden veel lager dan bij cementchape, en een vers betonnen draagvloer droogt soms meerdere jaren.
Blazen, loskomende naden of een vloer die er achteraf golvend uitziet: meestal ligt het probleem onder de bekleding. Hieronder lees je waar de ondergrond aan moet voldoen. Welke bekleding past, zie soorten elastische vloerbekleding. Over chape en vochtgrenzen: chape en vochtgehalte.
Wie is waarvoor verantwoordelijk?
De oplevering van de ondergrond (toleranties, afmetingen) behoort tot de opdrachtgever. De vloerlegger moet wel nagaan of hij volgens de regels van de kunst kan werken (geen actieve scheuren, droge ondergrond) en de opdrachtgever vooraf waarschuwen als dat niet zo is. De firma die de bekleding plaatst, meet het vochtgehalte, maar zorgt er niet voor dat de ondergrond droog is. Bij renovatie worden gebreken soms pas zichtbaar na het vrijmaken van de ondergrond.
Vlakheid
Voor elastische bekleding is de strengste klasse aan te raden. De vlakheid wordt gecontroleerd met een rechte, onbuigzame lat met twee vaste blokjes.
| Ondergrond | Klasse | Lat van 1 m | Lat van 2 m |
|---|---|---|---|
| Nat uitgevoerde dekvloer of holtevloer | 1 (streng, aanbevolen) | 2 mm | 3 mm |
| 2 (normaal) | 3 mm | 4 mm | |
| 3 (ruim) | 5 mm | 6 mm | |
| Paneelvloer of droge holtevloer | 1 (streng, aanbevolen) | 3 mm | |
| 2 (normaal) | 4 mm | ||
| Houten vloer of parket | 1 mm onder lat van 0,2 m | 4 mm |
Een egalisatielaag van ongeveer 2 mm verbetert enkel de plaatselijke vlakheid en heeft geen invloed op de algemene vlakheid. Plaatselijke en abrupte onderbrekingen (oneffenheden, scheuren) zijn nooit aanvaardbaar. Een wijziging van het peil is niet nodig, tenzij afgesproken, maar kijk wel naar de aansluiting met andere ruimten en bekledingen. Bij renovatie is soms een helling nodig om twee niveaus te verbinden. Houd ook rekening met de speling onder de deur (houten deuren 4 tot 7 mm, metalen 8 tot 14 mm bij branddeuren, volgens de fabrikant).
Restvocht
Recent uitgevoerde ondergronden bevatten vaak nog bouwvocht. Te veel vocht geeft:
- blaasvorming;
- het loskomen van de vloerbekleding;
- verzeping van de lijm;
- sterkteverlies van bepaalde ondergronden (anhydriet);
- rotting van plantaardige materialen;
- microbiologische groei.
Geen enkele lijm kan een bekleding verlijmen op een ondergrond die vochtig is of permanent vochtig blijft (door capillair opstijgend vocht of inwendige condensatie). Voor een poreuze ondergrond moet het hygroscopisch evenwichtsvochtgehalte bereikt zijn en daarna behouden blijven.
Beton droogt heel traag, bijna uitsluitend door dampdiffusie, en de droogtijd van een betonnen draagvloer kan meerdere jaren duren. Een elastische bekleding rechtstreeks op jong beton is riskant. Bij korte bouwtermijnen kiest men een niet-hechtende dekvloer op een dampscherm (bijvoorbeeld een PE-folie van 0,2 mm). Stapel geen materialen op een nog te drogen vloer (gebruik palletten).
Grenswaarden voor dekvloeren (carbidefles, massapercent) hangen af van het type chape, van de dampdichtheid van de bekleding en van vloerverwarming. Voor cementchape liggen ze tussen ongeveer 1,8% en 2,5%, voor traditionele vloeibare anhydrietchape veel lager (0,3% met vloerverwarming, 0,5% zonder). Voor sneldrogende cement gelden de voorschriften van de fabrikant met schriftelijke garantie. Daarom: geef de grenswaarde van de fabrikant van de bekleding en de lijm door.
Hout en houtderivaten: houd het evenwichtsvochtgehalte tussen 8 en 12% (relatieve luchtvochtigheid niet boven 65%). Boven 20% kan bij onvoldoende duurzaam hout biologische aantasting beginnen.
Houd ook de vochtbronnen in het oog: de waterkering aan de voet van gevelmuren, vochtmigratie in de vloeropbouw na het leggen en luchtstromen in lichte (houten) vloeren.
Sterkte en oppervlak
- De ondergrond moet voldoende druksterkte, cohesie en zuiverheid (geen stof of vet) hebben.
- Een houten vloer controleer je op bevestiging en staat. Door met een hamer te kloppen merk je losse delen.
- Voor een dekvloer is de dynamische ponsproef aan te raden, uitgevoerd na 28 dagen: een massa van 4 kg wordt vier keer vanop 1 m losgelaten. De indruk moet gemiddeld hoogstens 3 mm en maximaal hoogstens 5 mm diep zijn. Voor een zwevende dekvloer van meer dan 65 mm dik gebruikt men 2 kg (gemiddeld 2,5 mm, maximaal 3,5 mm).
- De oppervlaktecohesie van een poreuze ondergrond beoordeel je snel met de krasproef.
Veelgestelde vragen
Hoe vlak moet de ondergrond zijn voor vinyl?
Klasse 1 is aan te raden: 2 mm onder een lat van 1 m en 3 mm onder een lat van 2 m voor een natte dekvloer.
Kan ik vinyl op een oude, vochtige vloer leggen?
Nee, de ondergrond moet blijvend droog zijn. Op een vochtige ondergrond blijft geen enkele lijm houden.
Mag ik vinyl op een nieuwe betonvloer leggen?
Dat is riskant: beton kan jaren nodig hebben om te drogen. Kies een niet-hechtende dekvloer op een dampscherm.
Bron: WTCB - TV 241 (2011).
Prijs op maat
Eén totaalprijs voor jouw project.
Na een gratis plaatsbezoek krijg je één bedrag voor het volledige werk. Antwoord binnen 24 uur.
Offerte aanvragenBel +32 493 448 558In dit artikel
